Geschiedenis

Sinds 1977 vormen Sint-Gillis-Waas, Meerdonk, Sint-Pauwels en De Klinge samen de gemeente Sint-Gillis-Waas. Hieronder kom je meer te weten over de geschiedenis van de verschillende deelgemeenten:

Sint-Gillis-Waas

De vroegste sporen van bewoning in Sint-Gillis-Waas dateren uit de Bronstijd. Vanaf de 12e eeuw groeide de bevolking rond het klooster De Kluize. Dit klooster ontstond rond de kapel Cusforda, opgericht door Gerwinus en zijn volgelingen. Deze benaming is meteen de oudste vermelding (1123) die over Sint-Gillis is terug te vinden.

Gerwinus en zijn monniken verdwenen rond de 13e eeuw maar de naam ‘De Kluize’ bleef bestaan. De parochie werd gesticht in 1239 en vernoemd naar de heilige Egidius. Dankzij het omzetten van bosgronden in landbouwgrond en de winning van turf uit de veenvelden of moeren kon de bevolking zich uitbreiden en verspreiden.

Dat Sint-Gillis-Waas zich zo verder ontwikkelde, bewijst de toelating van Keizer Karel voor het organiseren van de jaarmarkt in 1554. De volgende eeuwen kenden een woelig verloop door de opeenvolging van oorlogen (Tachtigjarige Oorlog, Hollandse Oorlog, Spaanse Successieoorlog).

Ook de 20e eeuw bracht met beide wereldoorlogen heel wat oorlogsgeweld in de gemeente. In oktober 1914 viel het Duitse leger Sint-Gillis-Waas binnen en tijdens de vier bezettingsjaren die volgden, sneuvelden er 26 soldaten.

Op 9 oktober 1921 werd het oorlogsmonument van Alfred Courtens ingehuldigd ter ere van alle slachtoffers. Ook de Tweede Wereldoorlog eiste opnieuw heel wat slachtoffers.

Sint-Pauwels

Over de oorsprong van de nederzetting Sint-Pauwels is niets bekend. In 1236 was de bewoningskern rond ‘de Dries’ alleszins al voldoende groot om een eigen parochie te bezitten. Dat jaar vinden we immers voor het eerst een vermelding terug van de parochie Sint-Pauwels. De naam is afgeleid van de heilige Paulus.

De bewoningskern evolueerde en het bevolkingsaantal steeg. Doorheen de geschiedenis ontwikkelde zich enkele belangrijke heerlijkheden, waaronder het Hof ter Voorde. Het oorspronkelijk kasteel werd in 1263 gebouwd. Het werd daarna enkele keren vernield en heropgebouwd tot het huidige gebouw van 1930.

Een tweede belangrijke heerlijkheid is het Grauwesteen waarop van 1298 tot 1743 een kasteel stond.

Ook deze (deel)gemeente kende doorheen de eeuwen heel wat leed en oorlogsgeweld. Zo vernielden protestanten de kerk van Sint-Pauwels tijdens de Beeldenstorm. Daarnaast maakte de pest heel wat slachtoffers.

Sint-Pauwels leed eveneens onder de twee Wereldoorlogen. Gedurende de eerste vielen er 13 militaire slachtoffers en tijdens de tweede was er één slachtoffer te betreuren.

De Klinge

De naam De Klinge is afgeleid uit Klinga, wat binnenduin betekent. Het dorp ontstond door een aantal landduinen/zandbergen die gevormd werden tijdens de laatste IJstijd.

Begin 13e eeuw schonk de gravin van Vlaanderen ongeveer 40 ha grond in de plaats ‘Dorpe’ aan de Cisterciënzers van Cambron. ‘Dorpe’ is het latere De Klinge. Deze gronden trokken meer en meer boeren aan die de stukken land gingen bewerken. Dit verliep niet zonder problemen. De Klinge kampte immers doorheen de geschiedenis regelmatig met overstromingen.

De Tachtigjarige oorlog was belangrijk voor de geschiedenis van de (deel)gemeente. In 1570 was er een legioen Spaanse soldaten ingekwartierd (Spaans Kwartier) om Hulst aan te vallen. Daarnaast werd er een fortengordel aangelegd waarin met onder meer Fort Spinola en Fort De Klinge. Fort Bedmar speelde een grote rol tijdens de Spaanse Successieoorlog. Het fort zelf verdween maar in het landschap zijn er nog duidelijk sporen van te zien.

Vanaf 1794 tot 1815 vormde De Klinge met het Zeeuwse Clinge één gemeente.

De Klinge ontwikkelde in de 19e eeuw verder met het station en de treinverbinding Mechelen-Terneuzen. Zo kwamen er hotels en herbergen bij.

In de eerste helft van de 20e eeuw werd de klompenmakerij een typische en belangrijke economische bedrijvigheid van het dorp. De klompenmakers voerden vooral naar Nederland uit.

De grens met Nederland was vaak bepalend in de dorpsgeschiedenis. Zo vluchtten vele Klingenaars tijdens de Eerste Wereldoorlog naar het neutrale Nederland. Een drie meter hoge draad, voorzien met 2000 volt, werd daarom geïnstalleerd: de Dodendraad. Toch werden er vele mensen en goederen over de grenzen gesmokkeld.

Meerdonk

De eerste vermelding van Meerdonk vinden we in een oorkonde van 1269. De naam betekent zoveel als zandige verhoging die opduikt uit laagliggend land dat regelmatig onder water loopt. Deze beschrijving verwijst meteen naar de belangrijkste economische activiteit: de turfontginning waardoor de Meerdonkse bewoningskern ontwikkelde. Nu nog verwijzen enkele straatnamen (Turfbanken, Panneweel) naar de ontginning van turf.

Overstromingen bedreigden echter deze bloei. In 1584 was er een grote overstroming tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het noorden van Meerdonk werd pas opnieuw ingepolderd tussen 1648 en 1653.

Door de jarenlange afzetting van vruchtbaar slib werd Meerdonk daarna grotendeels een landbouwgemeente.

Meerdonk was oorspronkelijk een gehucht van Vrasene en behoorde daar ook kerkelijk aan toe tot 1807.

Op 1 maart 1845 werd het een onafhankelijke gemeente.

Een belangrijke gebeurtenis tijdens de Eerste Wereldoorlog is de moord op Duits politieagent Kipnase in 1918. De dader was onbekend en enkele inwoners van Sint-Gillis-Waas en Meerdonk werden toen opgesloten.


Contactinformatie